Posts Tagged ‘Richard Strauss’

Orkest Vrije Universiteit speelt zaterdagmiddag in Groningen, en maandagavond in Amsterdam

In verband met het vijftigjarig bestaan van het Orkest van de Vrije Universiteit ─ gevestigd in Amsterdam ─ geeft dit ensemble, onder leiding van Daan Admiraal, de komende dagen twee concerten: het eerste in de onlangs qua meubilair aanmerkelijk verfraaide ─ want eindelijk niet meer voorzien van die pijnlijk agressieve oranje stoelen met die rode, witte en blauwe indeling ─ grote zaal van het cultuurcentrum De Oosterpoort in de Stad Groningen.
Het concert wordt gegeven op zaterdag 21 januari, vanaf 14:15 uur. Op het programma staan twee werken: de uit 22 onderdelen bestaande, alleen voor een echt grote concertzaal tot zijn recht komende ─ compositie Eine Alpensinfonie, opus 64 voor orgel en groot orkest, geschreven in de jaren 1911-1915, van de veelzijdige Duitse componist en dirigent ─ en enige tijd politiek actief in de jaren van Duitse duisternis ─ Richard Strauss (1864-1949), alsmede de Muziek voor snaarinstrumenten, slagwerk en celesta uit 1936 van de Hongaar Béla Bartók (1881-1945).
Maandag 23 januari wordt het optreden ’s avonds herhaald in het Concertgebouw te Amsterdam.

Advertenties

Tournee Nederlands Studentenorkest doet tien Nederlandse steden aan in tien dagen

Tournee
De jaarlijkse tournee van het Nederlands Studenten Orkest is dit jaar op zondag 6 februari van start gegaan in Someren, waar de musici traditiegetrouw enkele weken de voorbereidingen — repetities en wat dies meer zij — hebben getroffen voor de optredens, die met een hoge frequentie  tien concerten op evenzovele dagen achtereen — verspreid over ons land worden verzorgd.
Na de première in Someren op 6 februari Someren doet het ensemble accommodaties aan in Eindhoven, Middelburg en Enschede. Van donderdag 10 tot en met zaterdag zijn
Maastricht, Haarlem, Nijmegen aan de beurt, van zondag 13 tot en met dinsdag 15 februari zal nog worden geconcerteerd in achtereenvolgens Groningen Rotterdam en Amsterdam. Gedetailleerde gegevens zijn te vinden op de website van het NSO.

Zoals gebruikelijk is er ook voor dit concert een compositie-opdracht verstrekt: deze keer is dat aan Marijn Simons, die Moriae Encomium, opus 64 speciaal voor het Nederlands Studentenorkest heeft geschreven, naar De Lof der Zotheid van Desiderius Erasmus.
Na de tien concerten in eigen land zal de tournee definitief worden afgesloten op donderdag 17 februari in de Poolse stad Krakau. Drigent is Peter Biloen.

Edward Elgars Celloconcert
In de programmering volgt het NSO ook dit jaar de met succes bewandelde wegen van voorheen: naast een groot orkestwerk tot besluit, is er ook dit jaar plaats ingeruimd voor een solist, die een compositie uit het grote repertoire zal voordragen. Dit seizoen is dat het Concert voor cello en orkest in e kleine terts, opus 85, uit 1919 van Edward Elgar (1857-1934).

Deze maestro werkte het liefst — en het best — in de rust en afgescheidenheid van de Engelse countryside: in dit geval in een cottage, Brinkwell, in de directe omgeving van Fittlewood in het graafschap Sussex. Daar trachtte Elgar te herstellen van een depressieve stemming, die zich, mede als gevolg van de verschrikkingen van de Grote Oorlog van 1914-1918, van hem had meester gemaakt. In 1918 slaagde hij erin weer enkele kamermuziekwerken te schrijven, en heeft hij een begin gemaakt met zijn Celloconcert.
Mevrouw Elgar, die dat alles van zeer nabij meemaakte, noteerde in september van dat jaar in haar dagboek: “Wonderful new music, real wood sounds and other lament which should be in a war symphony.” Op basis van die inhoud mag men ervan uitgaan dat deze woorden betrekking hebben op dat celloconcert. Aan vrienden schreef de componist zelf, eind juni 1919, dat hij een celloconcert bijna had voltooid: “a real large work, and I think good and alive.”
Cellist Felix Salmond (1888-1952) en, voor die gelegenheid dirigent Elgar, hadden te weinig repetitietijd ingeruimd, met als gevolg dat de eerste uitvoering — op 26 oktober 1919 — bepaald geen succes werd,  en het concert zich later alsnog een plaats in het standaardrepertoire voor dit instrument zou moeten veroveren, hetgeen door een reeks pleitbezorgers, vooral na de Tweede Wereldoorlog uitstekend is gelukt. Niet in de laatste plaats door Jacqueline Dupré (1945-1987), echtgenote van dirigent Daniel Barenboim, met wie zij dat concert ook heeft uitgevoerd. Daarvan bestaat een filmopname, die veelvuldig over de gehele wereld is vertoond, hetgeen de belangstelling voor Elgars opus 85 zeker ten goede is gekomen.

Sietse-Jan Weijenberg interpreteert Elgar
De Nederlandse cellist Sietse-Jan Weijenberg vertolkt de solopartij in het hier en daar wat sombere, maar briljant-ingetogen geïnstrumenteerde concert van Elgar. De inmiddels ruim gelauwerde cellist studeerde aan het Noord Nederlands Conservatorium, waar hij zijn studie afsloot met een eindexamenconcert dat hem het cijfer 10 opleverde, hetgeen voor ieder, die de intensiteit van zijn voordracht kende, een vanzelfsprekendheid was. Daarna is hij verder gaan studeren in de Franse hoofdstad, waar hij onder meer als solist met het Orchestre de Paris heeft gespeeld.

Ein Heldeleben
Nog een geluk dat het symfonisch gedicht Ein Heldenleben, opus 40, ontstaan in de jaren 1897-1898, van Richard Strauss (1864-1949), niet aan dezelfde inflatie onderhevig is als het begrip held. Immers: krantenbezorgers en straatvegers worden heden ten dage niet zelden in het zonnetje gezet alsof ze drommen mensen het leven hebben gered.

Strauss is in de eerste helft van zijn vierde decennium op aarde aan deze compositie begonnen: hij was toen vierendertig jaar oud; in het jaar daarop werd het opus voltooid.
Het werk werd op 3 maart 1899 in Frankfurt am Main voor de eerste keer gespeeld. De componist dirigeerde zelf.
In de zomer of de vroege herfst [1] van 1900 schreef Gustav Mahler (1860-1911) “in aller Eile” een korte brief aan Richard Strauss waarin hij mededeelde dat hij in de programmering der Philharmonischen Konzerte [2] plaats had ingeruimd voor Ein Heldenleben, en verzocht hij Strauss om zelf te komen dirigeren, als hij daartoe in de gelegenheid zou zijn. Hij voegde daar aan toe: “Ich denke, es wäre nun an der Zeit, daß Sie und unser Publikum miteinander »Bekanntschaft« machten.
In de uitvoering van Ein Heldenleben door het NSO zal de veeleisende vioolpartij worden gespeeld door Floor Le Coultre.
__________
[1] De brief in kwestie is ongedateerd, maar het is bekend dat Strauss op 14 oktober van dat jaar aan de uitnodiging in kwestie refereert in een brief aan zijn ouders.
[2] Mahler leidde de Wiener philharmonischen Konzerte vanaf de herfst 1898 tot in maart 1901.
[3] Het zal Mahler zijn ontgaan dat Strauss had reeds in april 1895 een concert van de Berliner Philharmoniker in Wenen had gedirigeerd.
____________
Afbeeldingen
1. Logo van het Nederlands Studenten Orkest.
2. Edward Elgar met grammofoonplaat en pathefoon.
3. Cellist Sietse-Jan Weijenberg.
4. Componist Richard Strauss.

Rosenkavalier van Opera Zuid perfect in balans

Opera Zuid toert momenteel met een briljante versie van Der Rosenkavalier, de honderd jaar oude opera van Richard Strauss (1864-1949), die op 26 januari 1911 in de Semper Oper van Dresden voor het eerst werd opgevoerd. Op diverse van onze sites hebben we een artikel vooraf gepubliceerd, onder meer op deze.
Van de twaalf geplande voorstellingen, verspreid over Nederland, zijn er inmiddels alweer acht gegeven. De resterende vier, beneden de grote rivieren en vooral in de provincie Noord-Brabant — Tilburg, Den Bosch, Eindhoven —, kunt u vinden in de Speellijst van Opera Zuid. Een nabeschouwing kunt u lezen op onze zustersite Tempel van het Muziektheater.

Der Rosenkavalier van Opera Zuid gaat vrijdag te Maastricht in première en gaat dan op tournee

De Duitse componist (en dirigent)
Richard Strauss (1864-1949), getekend
door Jarko Aikens, Groningen 1984.
(Archief Heinz Wallisch, tevens ©.)

Bijna een eeuw oud
Voordat Opera Zuid met de herfstproductie van 2010 — Der Rosenkavalier uit 1911 van Richard Strauss (1864-1949) — door ons land gaat toeren, worden er eerst twee voorstellingen in de vestigingsplaats van het gezelschap, Maastricht, gegeven. De première zal worden gerealiseerd op vrijdag 19 november — aanvangstijd 19:30 uur — in het Theater aan de Vrijthof in de Limburgse hoofdstad, en op zondag 21 november wordt er een matinee (vanaf 14:00 uur) gegeven in dezelfde entourage. Daarna begint de tournee door Nederland: op dinsdag 23 november in de Stadsschouwburg van Groningen en volgen nog negen steden. Waar en wanneer kunt u zien in de Speellijst van Opera Zuid.

Terugblik

Op 26 januari 1911 — op zo’n tien weken na een eeuw geleden is in de Semper Oper te Dresden deze Komödie für Musik voor het eerst opgevoerd. De regisseur was Max Reinhardt (1873-1943) en Georg Toller, de aankleiding was toevertrouwd aan Alfred Roller (1864-1935). Deze is heel lang de standaard voor opvoeringen van deze opera gebleven.
De tekst is afkomstig van Hugo von Hofmannsthal (1874-1929), daarbij in hoge mate profiterend van de ondersteuning van Harry Graf Keßler (1868-1937), die eveneens afgebeeld (door Edvard Munch) te vinden is op Rond1900.nl, op 11 maart 2007.
Nog in 1911 werden opvoeringen gerealiseerd in München, Berlijn, Milaan, Praag, Wenen en Boedapest. In 1913 werd Der Rosenkavalier op twee verder verwijderde opera-podia gespeeld: te Londen in Covent Garden en in New York.

De handeling
Het gebeuren speelt zich af tijdens de eerste jaren van de regering van de Oostenrijkse keizerin Maria Theresia (1717-1780), omstreeks 1740 in Wenen.
Marie-Theres von Werdenberg, echtgenote van Feldmarchal von Werdenberg, beleeft, tijdens de afwezigheid van haar echtgenoot, een liefdesnacht met de jonge graaf Octavian Rofrano — die Quinquin wordt genoemd. Het ontbijt dat de beiden tijdens de ochtend na de nacht in rust willen genieten, wordt echter onverwacht verstoord door de komst van Baron Ochs auf Lerchenau, iemand uit de familie van de maarschalkse (Marschallin).Razendsnel weet Octavian zich te verkleden als kamenier Mariandl — daarom wordt de rol van de jonge minnaar gezongen door een vrouw (sopraan of mezzosopraan): zoiets noemt men een Hosenrolle.

Scènefoto uit de wereldpremière van Der Rosenkavalier, zoals gepresenteerd op 26 januari 1911
in de Hofoper Dresden. Hier maakt — in de tweede akte — de jonge graaf Octavian Rofrano met
de zilveren roos (uitgebeeld door Eva von der Osten in een Hoserolle) zijn opwachting
bij Sophie, gespeeld door Minnie Nast.


De baron koestert vergevorderde plannen om in het huwelijk te treden met Sophie, de dochter van een kort tevoren in de adelstand verheven Fininal, en hij hoopt dat de Marschallin hem een
Bräutigamsführer terzijde wil stellen, die — geheel volgens de geldende traditie — aan de bruid (Sophie) een zilveren roos zal overhandigen. De Marschallin stelt Octavian voor. In aansluiting daarop mijmert zij melancholisch over de vergankelijkheid van de tijd.

Als Octavian de zilveren roos aan Sophie overhandigt, raken die beiden onmiddellijk verliefd op elkaar. Daarbij komt dat Sophie een hevige afkeer heeft van het onbehouwen gedrag van haar toekomstige wederhelft, en op grond daarvan vastbesloten is om niet de zijne te worden.
Maria Jeritza, een van de beroemdste
zangeressen van haar tijd speelt hier
de rol van Octavian in de versie van
Der Rosenkavalier in 1913 te New
York in de Metropolitan Opera.
Tijdens een duel met Octavian raakt Ochs licht gewond, maar hij toont zich verzoenlijk opgetogen als hij een van ene Annina een brief van de zogenaamde Mariandl krijgt, met daarin het verzoek om een rendez-vous. 

In een kroegje aan de rand van de stad hebben Octavian, Annina en Valzacchi reeds alle voorbereidingen getroffen om Ochs tot op het bot te blameren. Tijdens het souper van de baron met kamenier Mariandl doemen plotseling allerlei spookachtige gestalten op, waarna Ochs in opperste verwarring en angst om de politie roept. Daarop verschijnen een politieman, Faninal met Sophie, de Marschallin en Mariandl, die direct weer de gestalte van Octavian aanneemt.
Dan kiest de baron de weg van de minste weerstand en laat hij de anderen verder ongemoeid. De Marschallin doet dan eveneens afstand van de jonge graaf Octavian, die ze deze uitkomst reeds had voorspeld.
Met deze Rosenkavalier is Richard Strauss er niet alleen in geslaagd één van zijn grote wensen — een opera in de trant van een Mozart-buffo te componeren — gerealiseerd, maar daarbij is het niet gebleven. Hier en daar kunnen we zelfs spreken van een  komedie der vergissingen zoals William Shakespere die voor het toneel ‘componeerde’.

 


NNO besluit concertseizoen reeds deze week, in Drachten, Groningen en Rotterdam

Eerder dan in het verleden
In mijn jeugd en jonge(re) jaren werd het concertseizoen van de GOV, later NFO, in Groningen dikwijls pas eind juni afgesloten, en veelal met een Beethoven-serie die zich over die hele maand uitstrekte. Weliswaar werd het laatste concert allengs vroeger gegeven, maar toch nog heel lang in juni. Pas toen de beide noordelijke ensembles — het Frysk Orkest te Leeuwarden enerzijds en het Noordelijk Filharmonisch Orkest, van Groningen en Drenthe, met standplaats Groningen anderzijds — tot één groot symfonieorkest werden samengevoegd — en het aantal abonnementsconcerten in de stad Groningen aanvankelijk werd teruggebracht tot minder dan de helft van de ongeveer veertig die we tal van jaren voor de samenvoeging gewend waren —, werd niet zelden het laatste concert nog vroeger gegeven in verband met verbintenissen die het orkest had met betrekking tot jeugdconcerten en andere zaken.

Programma deze week
Dit jaar worden de laatste concerten — met één programma — voor de tweede helft van de maand mei reeds gegeven: donderdag 13 mei in Drachten, vrijdag 14 mei in Groningen en zaterdag 15 mei in Rotterdam. Chef-dirigent Michel Tabachnik staat bij die gelegenheden op de bok. Het concert van het Noord Nederlands Orkest deze week bestaat uit drie onderdelen, die alle veelvuldig zijn gespeeld in het nu bijna anderhalve eeuw bestaande ensemble van Groningen.
Als eerste Til Eulenspiegels lustige Streiche, opus 28, uit 1895, van Richard Strauss (1864-1949), gevolgd door het nog altijd even fascinerende Vioolconcert in d-klein, opus 47 uit 1905 van Jean Sibelius (1865-1957), met de Hongaarse violist Barnabás Kelemen.
De avond wordt in alle drie gevallen besloten met de Zesde Symfonie, Pathétique in b-klein, opus 74, uit 1893 van Pjotr Iljitsj Tsjajkovski (1840-1893).

Terugblik
In het seizoen 1984-1985 heeft Michel Tabachnik twee concerten, eind november, met het toen nog Noordelijk Filharmonisch Orkest gegeven: het eerste — twee avonden in Groningen, en éénmaal in Assen en Veendam — met cellist Colin Carr (Saint-Saëns) en de Pathétique van Tsjajkovski — waarbij, ondanks het signaal van de dirigent, zoals zo dikwijls een applaus kwam na het derde deel, maar dan moet het pièce de résistance nog komen.

Toen had Michel Tabachnik een kleiner orkest ter beschikking [1] dan nu het geval is, aangezien het gerommel vanuit Den Haag, door minister Brinkman en consorten, al voor veel onrust zorgde (en niet alleen bij het NFO).
Het publiek, dat zeer opgetogen was, bleek dat de week erna, op de laatst dag van november eveneens, toen de Bach-variaties van Johann Nepomuk David (1895-1977) werden gevolgd door het Concert voor viool en orkest in a-klein, opus 99 van Dmitri Sjostakovitsj — met Boris Belkin als solist — en de Derde Symfonie van Sergej Prokofjev.
Tijdens de pauze vertelde iemand uit het orkestbestuur vol trots dat die voortreffelijke dirigent het seizoen daarna zes weken achtereen met het orkest zou komen werken. Helaas gingen die plannen niet door, en werd er naar buiten toe ook niet over gerept. Ik heb het vermoeden dat Tabachnik gewoon heeft afgezegd.
__________
[1] In principe bestond het NFO-strijkercorps toen nog uit 12/10/8/8/6, maar er waren al flink waren vacatures als gevolg van pensionering en vertrek naar het westen des lands: de leegloop, veroorzaakt door de onduidelijkheden van de kant van ‘Den Haag’, was begonnen.
____________
Afbeeldingen
1. Componist Pjotr Iljitsj Tsjajkovski. Tekening van Jarko Aikens, Groningen 1982. (Archief Heinz Wallisch, tevens ©.)
2. Dirigent Michel Tabachnik. Foto uit 1984, overgenomen uit het toenmalige NFO-Magazine van november 1984.

NNO-concert in Emmen, Groningen en Amsterdam geheel in teken van fin de siècle

Alexandra Coku vervangt
In het concert dat het Noord Nederlands Orkest deze week in twee steden in Noord-Nederland en aanstaande zondagochtend in het Concertgebouw te Amsterdam zal geven, zou Charlotte Margiono optreden. Helaas is zij door ziekte verhinderd, en is de leiding van het orkest erin geslaagd een vervangster te vinden: het is de Amerikaanse Alexandra Coku, die haar sporen inmiddels heeft verdiend met optredens en opnames van belangrijke mijlpalen in de geschiedenis van de klassieke muziek.

Met het orkest onder leiding van chef-dirigent Michel Tabachnik zingt Alexandra Coku — op donderdag 15 april in Emmen, op vrijdag16 april in Groningen en zondagochtend in Amsterdam — Fünf Rückert-Lieder van Gustav Mahler (1860-1911), ontstaan direct na de vorige eeuwwisseling, en twee — van de talrijke —  liederen uit het oeuvre van Richard Strauss (1864-1949): Morgen, op tekst van John Henry Mackay (1864-1933) en Wiegenlied van Richard Dehmel (1863-1920).

Bewerkingen

Het concert zal worden geopend met een bewerking voor orkest van de Chaconne uit de Tweede Partita voor soloviool van Johann Sebastian Bach (1685-1750), in 1873 gerealiseerd door de Zwitserse componist, pianist en muziekpedagoog Joachim Raff (1822-1882).
Na de Rückert-Lieder volgt de Nederlandse première van een bewerking door de Engelse componist Colin Matthews (geboren 1946) van drie stukken uit de Préludes uit de jaren 1910-1913 van Claude Debussy (1862-1918): Les terrasses des audiences du Clair de lune; Violes en Bruyères.
Na de pauze zingt Alexandra Coku de twee Strauss-liederen, waarna het orkest het optreden besluit met de
Nocturnes uit 1899 voor koor en orkest, eveneens van Claude Debussy. Daarin is een rol weggelegd voor de Vrouwen van het Noord Nederlands Concert Koor, ingestudeerd door Louis Buskens.

Aanpassing voor Amsterdam
Het gehele programma wordt gespeeld in Emmen en Groningen. Voor het optreden op zondagochtend in het Concertgebouw in Amsterdam, dat rechtstreeks op Radio 4 te beluisteren valt, wordt het programma aangepast vanwege de lengte van de uitzending, om 11:00 uur in de ochtend: daarin ontbreken de twee liederen van Richard Strauss en de bewerking van de Préludes van Claude Debussy.
____________
Afbeeldingen
1. De Amerikaanse sopraan Alexandra Coku. (Foto van de website van deze zangeres.)
2. De Zwitserse componist Joachim Raff.
3. De Franse impressionist Claude Debussy. Tekening van Jarko Aikens, Groningen 1984. (Collectie Heinz Wallisch, tevens ©.)

Strauss’ Elektra in BBC’s Opera on 3

Zaterdag 13 juni zal BBC Radio 3, tussen 19:00 uur en 21:15 uur, in een nieuwe aflevering van het programma Opera on 3, een uitvoering presenteren van het muziekdrama in één bedrijf Elektra, opus 58, gecomponeerd in de jaren 1907-1908 door Richard Strauss (1864-1949). Het gelijknamige toneelstuk uit 1904 dat aan deze opera ten grondslag ligt, stamt uit de koker van de uitermate productieve en zeer veelzijdige schrijver Hugo von Hofmannsthal (1874-1929). Susan Bullock zingt de titelrol; voor de overige vocale uitvoerenden zij verwezen naar de betreffende website van BBC Radio 3. Koor en orkest van The Royal Opera House Covent Garden staan onder leiding van Mark Elder. De inleidende presentatie zal worden verzorgd door Andrew McGregor.
Een uitgebreid
artikel over deze opera is te vinden op de aan dit weblog redactioneel gelieerde site Tempel van het Muziektheater.
__________

Foto:
Susan Bullock als Elektra. (Foto: Clive Barda; BBC-website.)